mensenrechten

Big Brother Awards

 

Wat waren wij naïef toen. In 1983 schreef ik voor KRI een artikel over de dreigende invoering in Nederland van een systeem van elektronische persoonsregistratie. Bijna dertig jaar later, in oktober 2011 wordt België door de Europese Commissie op de vingers getikt omdat het nog steeds geen biometrisch paspoort heeft met een chip die de vingerafdruk van de houder bevat. En op 1 januari 2012 zou Nederland weer gewoon algemene grenscontrole invoeren, nu via het digitale camerasysteem ‘automatisch mobiel informatie gestuurd optreden – better operational result and advanced security’ (@migo-boras). Op 26 januari 2012 reiken de Liga voor mensenrechten en de Ligue des Droits de l’Homme voor de tweede keer de Big Brother Awards uit.

Begin jaren 1980 zette Nederland de eerste stappen in de richting van de ‘gecentraliseerde automatische verwerking van persoonsgegevens’ (Centrale Personen Administratie, SoFi-nummer, centraal medisch of politienummer, elektronische identiteitskaart). Een van de grondleggers van dit systeem zei hierover: “De huidige complexer wordende samenleving waarin onder andere de burgerlijke ongehoorzaamheid toeneemt of manifester wordt, kan voor haar volwaardig functioneren een vermindering van persoonlijke privacy vereisen. Centraal staat een volwaardig functioneren van de samenleving. Ik versta daaronder een samenleving waarin de individuen gehouden zijn of worden zich te gedragen volgens de op democratische wijze tot stand gekomen regels of afspraken. De systemen die de naleving van deze regels of afspraken bewerkstelligen, dienen zo te zijn opgebouwd dat opvolging ervan redelijkerwijs verzekerd is of dat ontgaan vrijwel onmogelijk is.” Het volledige stuk zit in het archief.


De tekst boven de foto luidt: “Grenscontrole per computer: nu worden paspoortnummers nog ingetoetst, straks leest de computer die zelf.”

Intussen werd bekend dat de Nederlandse marechaussee aan vijftien grensovergangen met België en Duitsland het camerabewakingssysteem @migo-boras installeert. Dat zou vanaf 1 januari 2012 alle passerende voertuigen fotograferen, digitaal opslaan en koppelen aan de computers van de marechaussee. Wie in een verdacht voertuig rijdt, wordt een paar kilometer verder langs de weg gezet. Niet alleen de nummerplaat wordt geregistreerd, ook de zijkant van het voertuig wordt gefotografeerd, waarbij de inzittenden zichtbaar zijn. De Europese Commissie vraagt zich inmiddels af of @migo-boras niet in strijd is met de Schengen-regels rond het vrij verkeer van personen. Dat zou namelijk het geval zijn als cameratoezicht het equivalent wordt van ouderwetse grenscontrole.

Intussen heeft diezelfde Europese Commissie België wel gewaarschuwd dat het de enige staat is die de richtlijn over de invoering van biometrische paspoorten met vingerafdrukherkenning niet tijdig heeft omgezet in nationale regelgeving. Dit is inmiddels al wel gebeurd in alle EU-lidstaten (min Ierland en Groot-Brittanië) plus Zwitserland, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.

Op 26 januari 2012 reiken de Liga voor mensenrechten en de Ligue des Droits de l’Homme voor de tweede keer de Big Brother Awards uit, “een avond waarop ‘s lands grootste privacyschenders aan de kaak worden gesteld en privacybeschermers in de bloemetjes worden gezet. Er wordt kritisch gekeken naar de talrijke initiatieven omtrent camerabewaking, identiteitscontroles in het uitgangsleven of in recreatiedomeinen, bodyscanners , de onfrisse praktijken van Google en Apple, …” De kandidaten voor de awards zijn te vinden op www.bigbrotherawards.be. Daar kan je ook stemmen op negen kandidaten die door de organisatoren beschouwd worden als ernstige schenders van de privacy.

 

Verantwoordelijk voor vrijheid

Welvaart, veiligheid en vrijheid in de wereld, dat zijn de drie pijlers van het buitenlands beleid van de regering-Rutte. De vraag is in welke relatie de verdediging van mensenrechten staat tot de bevordering van welvaart en veiligheid.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal, presenteert dezer dagen het buitenlands beleid van zijn regering. De notitie over mensenrechten in het buitenlands beleid kreeg de titel ‘Verantwoordelijk voor vrijheid’. De pijler rond veiligheid moet nog voorgesteld worden, maar de relatie tussen welvaart en mensenrechten kon Rosenthal al duidelijk aangeven.In de nota staat: “Op het snijvlak van mensenrechten en welvaart bevordert Nederland de wereldwijde eerbiediging van fundamentele arbeidsnormen zoals het verbod op kinderarbeid. Dat is niet alleen een kwestie van opstaan tegen onrecht, maar levert ook een bijdrage aan een gelijk speelveld voor (Nederlandse) bedrijven.”

Aan Universiteit Leiden zei hij: “Náást die overwegingen van morele aard, is het bevorderen van respect voor mensenrechten ook in ons eigen belang. Wat ik al zei: ons land vaart wel bij een stabiele internationale omgeving, waar de regels van de rechtsstaat worden nageleefd en de mensenrechten worden gerespecteerd. Dat is goed voor handel en investeringen. Waarden en belangen gaan hier gelijk op, of, ietwat formeel uitgedrukt: de raison d’humanité maakt in de 21e eeuw wezenlijk onderdeel uit van de raison d’état. Zie ook weer onze inzet in de Arabische regio: goed voor hen. Goed voor ons. Waarden en belangen. Altijd die twee, in verwevenheid.”

Wat zijn dan de “overwegingen van morele aard”, die Rosenthal eerder vermeldde? Volgens ‘Verantwoordelijk voor vrijheid’: “Nederland richt zich in het bijzonder op die mensenrechtenterreinen waar vrijheid, veiligheid en welvaart elkaar versterken. Speciale aandacht gaat uit naar de bevordering van vrijheid van meningsuiting en internetvrijheid als middel om democratiseringsprocessen in met name de Arabische regio en andere regio’s waar kansen liggen een impuls te geven. Ook andere rechten die onmisbaar zijn in een democratische rechtsstaat zijn prioritair. Het gaat in de eerste plaats om de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging: Nederland blijft actief opkomen voor de bescherming van religieuze minderheden, onder meer naar aanleiding van het verontrustende, toenemende geweld tegen christenen in diverse landen. In de tweede plaats maakt Nederland zich sterk voor het gelijke recht van een ieder deel te nemen aan maatschappelijke verbanden en bestuur. Vanwege zijn internationale voortrekkersrol komt Nederland in het geweer tegen twee vormen van discriminatie: discriminatie op grond van geslacht en discriminatie op grond van seksuele oriëntatie en genderidentiteit.”

Het zou flauw zijn om de hele nota over mensenrechten af te doen als een schaamlapje voor de economische en (militaire) veiligheidsaspecten van het buitenlands beleid, maar toch kan je je wat vragen stellen bij de visie van Rosenthal. Om te beginnen: “het verontrustende, toenemende geweld tegen christenen”. Een beetje raar om deze legitimatie voor mensenrechtenactie te vernemen van iemand die deel uitmaakt van een regering die slechts kan bestaan door de gedoogsteun van Geert Wilders, die juist een andere religieuze minderheid in Nederland als de vijand beschouwt.

Ook vreemd is de mededeling in Leiden: “Verdedigers van mensenrechten en hun organisaties staan dus wat mij betreft centraal. Zij moeten zich gesteund weten. Vanuit het Mensenrechtenfonds worden juist op de ijkpunten die ik noemde projecten gefinancierd. Voor 2011 is er 35 miljoen euro beschikbaar waarvan we 26,5 miljoen via de ambassades besteden. Dan gaat het om projecten die verdedigers van mensenrechten helpen voet aan de grond te krijgen in hun land. Bijvoorbeeld – en met prioriteit voor mij – in de Arabische wereld.” En dat op een ogenblik dat Nederland heeft ingestemd met het bombarderen van Libië? Had men niet beter die verdedigers van mensenrechten ter plaatse ondersteund, in plaats van het land plat te gooien?

En tenslotte, de verdediging van mensenrechten in “de Arabische regio” eindigt natuurlijk daar, waar bezet Palestina begint. Zo bedreigde Rosenthal zelf eind 2010 ontwikkelingsorganisatie ICCO. Die zou namelijk steun gegeven hebben aan de organisatie van de Palestijnse website Electronic Intifada en opgeroepen hebben tot een boycot van Israel. Volgens Rosenthal moeten ontwikkelingsorganisaties vrezen voor hun subsidie, wanneer zij activiteiten ondersteunen die ‘indruisen tegen het Nederlandse regeringsbeleid’. Ten eerste gaat Rosenthal helemaal niet over deze subsidies, maar ten tweede blijkt hieruit toch wel een merkwaardig beeld van het recht op vrije meningsuiting, als van mening verschillen met de minister zou volstaan om monddood gemaakt te worden.

 

Syndicate content