media en taal

deelstaten?

In een recent interview zegt N-VA politicus Jan Peumans over de zoveelste Belgische staatshervorming: “Maar wat niet is, kan nog komen. In 2019 zullen de twee deelstaten bij elkaar moeten gaan zitten en dan zullen we zien.”

Ik ben benieuwd wat we zullen zien als ‘de twee deelstaten’ bij elkaar zitten. België heeft immers helemaal geen deelstaten. Titel I van de Grondwet stelt dat België een federale staat is, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten. Er zijn drie gemeenschappen : de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, en drie gewesten : het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Gewest. Dat ligt allemaal op en onder en naast elkaar op een grondgebiedje van pakweg 30.000 km2 dat ook nog eens verdeeld is in vier taalgebieden : het Nederlandse taalgebied, het Franse taalgebied, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en het Duitse taalgebied. Elke gemeente van het Rijk maakt deel uit van een van deze taalgebieden.

Nergens is er sprake van deelstaten. België telt zes ‘gefedereerde entiteiten’, maar die hebben bijlange niet de kenmerken van een (deel)staat. De Franse Gemeenschap bijvoorbeeld bevindt zich zowel in het Waalse als het Brusselse Gewest. De Duitstalige Gemeenschap woont integraal in het Waalse gewest. De Vlaamse Gemeenschap kan dan weer wat bevoegdheden uitoefenen op het grondgebied van het Brusselse Gewest. Kortom, de verdeling van mensen in gemeenschappen en van grond in gewesten valt nergens samen. Er zijn Nederlandstaligen in het Vlaamse gewest en in Brussel; er zijn Franstaligen in Brussel en in Wallonië; en er zijn Duitstaligen in Wallonië. En die hebben allemaal op die verschillende grondgebieden hun eigen specifieke rechten en bevoegdheden en bestuursorganen. Daardoor komt het dat er een Brussels parlement is met een Brusselse regering; een parlement van de Franse Gemeenschap – die zich Fédération Wallonie-Bruxelles – noemt met een eigen regering; een Waals parlement en een Waalse regering en een parlement van de Duitstalige Gemeenschap met ook een eigen regering (met respectievelijk 25 en vier leden). Het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap hebben samen één parlement en één regering, die ook in Brussel hun invloed kunnen laten gelden.

Waarom dan dat steeds terugkerende gedoe over (twee) deelstaten?

Dat is puur ideologisch gelul. Vlaams-nationalisten willen maar al te graag doen geloven dat er in België “twee democratieën” zijn, zoals ook Jan Peumans beweert: de Vlaamse en de Waalse (of de Franstalige? Dat is nooit helemaal duidelijk; in ieder geval een die gedomineerd en gecorrumpeerd is door de Parti Socialiste.) En zo wil men ons ook wijsmaken dat als ‘Vlaanderen’ eindelijk zelfstandig zou zijn, het dan zijn rijkdom voor zich zou kunnen houden en niet meer hoeven delen met die armlastige parasieten uit het zuiden.

Er zitten wat haken en ogen aan die redenering. Wat gebeurt er met dat deel van de Vlaamse gemeenschap dat in Brussel woont? Laat men dat vallen, of gaat een zelfstandig Vlaanderen nog steeds bevoegdheden uitoefenen in een ander gewest? En wat met dat afstoten van de hand-ophouders uit het zuiden? Geldt dat ook ten aanzien van de Duitstaligen, die wel Walen zijn, maar geen Franstaligen?

Er zijn dus geen twee deelstaten in België, en die kunnen er ook niet zijn. Mensen en media die deze terminologie gebruiken doen dit vanuit een ideologische agenda, of uit intellectuele luiheid.

 

communisme 2

 

Op zijn blog gaat Jan Blommaert in op aantijgingen vanwege ene Maarten Boudry. Die maakten blijkbaar deel uit van een commentaar van de man over de verwerpelijkheid van het communisme in het algemeen, en van de Belgische Partij van de Arbeid (PVDA/PTB) in het bijzonder. In ieder geval begint de tekst van Blommaert zo: ‘Het is de grote verdienste van Maarten Boudry (samen met Rik Torfs, Bart De Wever, Gwendolyn Rutten en nog wat anderen) dat hij met een zo zwak beargumenteerde reeks aantijgingen over een “besmet verleden” de PVDA de kans heeft geboden absolute klaarheid te scheppen in haar houding tegenover het archaio-communisme dat ze in een vorige generatie als model aanzag.’

Toevallig zag ik eind vorig jaar een fragment van een of ander tv-programma waarin een confrontatietje leek te zitten tussen Peter Mertens van de PVDA en Rik Torfs (mediafiguur en rector van de Katholieke Universiteit Leuven). In de periode van de rectorverkiezingen verdedigde Torfs over de universiteit wel eens stellingen, die mij zeker aanstonden: voor de herwaardering van fundamenteel onderzoek en onderwijs, en tegen de evolutie om de academie te zien als een hogere beroepsschool ten dienste van het bedrijfsleven. Wat dat programma concreet heeft opgeleverd, is mij niet duidelijk – en daar gaat het hier ook niet om.

In de tv-uitzending beschuldigde een grimmige Torfs Mertens ervan een communist te zijn, en dus een fan van Stalin, Pol Pot en Noord-Korea. Mertens leek even niet te weten hoe te reageren, en zei na een korte stilte: “Wij zijn marxisten van de 21ste eeuw.” Dat kan zijn, maar wat is er mis met de term ‘communist’?

Al bijna dertig jaar staat communisme niet meer voor het politieke systeem van de Sovjet-Unie of Albanië, of voor de dictatuur van het proletariaat – behalve dan bij historici die dat ‘archaio-communisme’ bestuderen, of voor politici die denken met die term tegenstanders in diskrediet te kunnen brengen.

Ik heb er al eerder over geschreven op deze website: de term communist wordt al geruime tijd gekoppeld aan het actief bevorderen, verdedigen en uitbreiden van de commons (het gemeengoed, les biens communs, i beni communi). In een andere tekst schreef ik: De commons staat dan voor “the shared substance of our social being whose privatization is a violent act which should also be resisted with violence, if necessary”. Het gaat om ‘cognitief’ kapitaal (taal, communicatie en opvoeding), de gedeelde infrastructuur van o.m. openbaar vervoer, elektriciteit en post, natuurlijke bronnen die bedreigd worden door vervuiling en ontginning, maar ook de biogenetische erfenis van de mensheid. “It is this reference to ‘commons this substance of productivity which is neither private nor public – which justifies the resuscitation of the notion of communism.” Denk ook aan schone lucht en water, onderwijs en cultuur, pleinen en bossen, mobiliteit, kennis of energie. Zij zijn common goods omdat zij vanzelfsprekend ter beschikking moeten staan van alle mensen, en hun waarde alleen maar kan uitgedrukt worden in negatieve termen, door het gemis dat ontstaat wanneer zij niet meer ter beschikking staan. En zo gaat het erom dat diegenen van en voor wie de maatschappelijke goederen zijn, wij allen dus, als burgers, de bevoegdheid terug moeten nemen om zelf te beslissen hoe wij die goederen, diensten en waarden zullen beheren. Dat is voor velen de hedendaagse betekenis van communisme.

Het is niet aan mij om Peter Mertens voor te schrijven of hij zich als ‘marxist van de 21ste eeuw’ of als communist voorstelt. Maar ik denk dat je je tegenwoordig heel goed communist kan noemen, als je toelicht wat dat begrip nu inhoudt. Opkomen voor het belang en de verdediging van het gemeengoed is een zeer legitiem, maatschappelijk verantwoord, en steeds breder gedragen politiek doel.

Toch is er iets dat me bij de PVDA nog wel doet denken aan het archaïsche communisme: de toenemende personencultus rond de leiders Peter Mertens en Raoul Hedebouw. In die zin is de iconografie van de partij zeer ouderwets. Geen nummer van maandblad Solidair zonder afbeelding van een kapitalist met hoge hoed en dikke sigaar; en ook de identificatie van de partij met haar twee lachende voormannen komt mij zo langzamerhand de strot uit. Maar verder: weinig mis met hedendaags communisme, lijkt mij.

 

Syndicate content