gender mix behind bars

It’s not really common, male and female detainees mingling at the prison workshop, in the vegetable garden or the library, at sports or in the training kitchen, going to the medics or the chapel. Even more so, when the ratio male – female is three hundred to eleven. Yet, the system works for five years now in the Belgian prison of Marche-en-Famenne, and inmates as well as staff seem to appreciate it. Newspaper Le Soir issued a double page feature.

Marche-en-Famenne prison is a recent construction (2013), a concrete bunker amidst a vast plain, with a half-open regime though. With its four sections for 75 male inmates each, and one section destined to eleven female prisoners, it is in the Belgian context one of the rather large penal institutions. The basic idea behind the detention regime at Marche is that although penitentiary law requires the deprivation of liberty, nothing opposes the aim of creating ‘behind bars’ detention conditions that resemble as much as possible active life outside. So, when in other prisons one has to cross an airlock, a grille, a second airlock, a no man’s land, then another grille in order to enter a wing, in Marche only one grille, which is open all day, separates the cell wings from the other sections. This ‘half open’ character of the institution implies that detainees can spend their days out of their cell, wear their own clothes, and move around rather freely to participate in work or communal activities –meeting co-prisoners of the other sex.

Being able to interact with members of the other gender on a daily basis is thought to enhance the psychological and affective well-being of the detainees, reduce disruptive and predatory homosexual activity, lessen violence between prisoners, and promote a better self-image and quality of life in general. At the start, not only the General Direction of the Penitentiary, but also detainees themselves had some doubts about the mixed detention situation. Some of the regular partners or wives outside feared the temptations to which their husbands might be exposed; some of the incarcerated women expressed their fear of being or working with male prisoners. In the end, the male-female mix doesn’t seem to have caused too much problems. The approach of security based on trust, accountability and social control seems to work, although the ubiquitous camera control system might very well have done its bit to the maintenance of peace and order. Trespassing the regulations leads to restrictions on movement and diminished access to activities (meaning: more confinement in cell).

Of course, now and then relations between man and woman have blossomed up in jail. For as long as they form a couple within the prison walls, no way however of sharing a cell or showing some intimacy in public. The partners are supposed to behave as if one of them stayed outside; they can apply for private meeting hours or unsupervised visitation. Anyway, these relations are at risk of being  rather ephemeral, for instance when one of the partners is allowed to leave prison.

The last issue of Médor contains an interview with a prison director who was involved five years ago  in the development and preparation of the new prison in Marche-en-Famenne. She says: “Dans les projets de l’administration, l’objectif est clairement d’évoluer vers un système de prisons différenciées, pour qu’il puisse y avoir une cohérence dans le parcours de détention d’une personne. Le but, c’est de mettre le détenu  au centre du projet, partir de lui, voir de façon individualisée quel pourrait être son trajet de développement en détention, le faire passer d’une prison à l’autre, qui aurait soit une formation qui l’arrange pour son parcours, ou une remise à niveau d’abord si besoin. Tout ça pour assurer une bonne réinsertion.”

Alright. Putting the inmate at the centre of the project, find out his very individual development path in detention – and transfer him in the course of that development trajectory from one prison to another. Particularly the latter part may raise an eye-brow or two. But anyway, such a project would at least require a serious engagement by the authorities to invest in proper counselling and coaching facilities. The latest Belgian prisons – including Marche-en-Famenne – might well be public-private partnerships concerning design, building, financing and maintenance, when it comes to employing sufficient qualified staff, the same authorities fail miserably since many years.

But more fundamentally, focusing on the individual needs of the inmates and mimicking life outside by jailing men and women in common facilities cannot disguise that this ‘humane’ imprisonment is part of a larger political technology of control and repression. The presence within the prison building of a courtroom for the Tribunal d’application des peines (Sentence Enforcement Court) and the Chambre du conseil (Council Chamber) is witness to that. In that sense the prison, mixed or not, humane or not, is but a link in the chain of labelling processes that make a part of the population into (ex-)criminals. Police, the judiciary, experts and psychiatrists, mainstream and social media, correctional institutions, probation boards and social services, they all contribute to the permanent stigmatisation and discrimination of a population that consists mainly of young men with their roots in the post-colonial labour migration. Eleven female inmates amongst some hundred male prisoners won’t change that fact.

Moreover, as the same prison director says in Médor: “Mais je ne suis pas d’accord pour dire que le passage en détention fait retourner en prison. Le milieu dans lequel on a grandi, le contexte de vie, l’environnement social à la sortie, sont des aspects déterminants”. The former part of her claim (that jail does not create delinquents) may be debatable, the latter most probably is not. How much one may have tried to mimic a ‘normal life’ inside the prison, as soon as the ex-convict returns to his real normal life of precariousness and instability (“his life-context”, as the director calls it), not much may have been won.



Christian Van Eyken is weer aan het werk als Vlaams Parlementslid. Begin dit jaar werd zijn parlementaire onschendbaarheid opgeheven, en op 27 januari werd hij door een Brusselse onderzoeksrechter formeel verdacht van moord en alvast maar gearresteerd. Van Eyken (61, ex-burgemeester van de Brusselse randgemeente Linkebeek) zou betrokken zijn bij de moord op de echtgenoot van zijn parlementair medewerkster, tevens geliefde. Een dag later werd de man al weer vrijgelaten; het aanhoudingsbevel bleek niet ondertekend door de onderzoeksrechter. Een nieuw arrestatiebevel uitschrijven omwille van dezelfde feiten kan niet,  indien men geen nieuwe elementen aanvoert – en die zijn er blijkbaar niet. Ongelukje?

Onmiddellijk werd hier & daar een tuchtonderzoek geëist, maar Luc Hennart, voorzitter van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg en tuchtoverste van de onderzoeksrechter, weigert dat pertinent. Hij zou verklaard hebben: “Natuurlijk is dit erg. Heel erg. Al die moeite om zijn parlementaire onschendbaarheid te doen opheffen. Over eieren lopen om geen fouten te maken. En dan dit. Maar we mogen ons gelukkig prijzen dat het niet met een terrorist is gebeurd.”

Volgens Hennart is de ‘vergetelheid’ een gevolg van de permanente onderbezetting van zijn rechtbank, waarover hij trouwens al herhaaldelijk heeft geklaagd. Door het gebrek aan gekwalificeerd personeel heeft hij naar eigen zeggen al een schoonmaakster tijdelijk moeten aanstellen als griffier. De griffier van de betrokken onderzoeksrechter was dan eigenlijk weer chauffeur bij de rechtbank. In normale omstandigheden is het de griffier die toekijkt of aan alle vormvereisten van gerechtsstukken is voldaan, maar de chauffeur was daar (uiteraard) niet voor opgeleid.

En inderdaad, men verwacht niet dat Christian Van Eyken nu nog eens een keer vier moorden gaat plegen, of zichzelf tot ontploffing zal brengen in de metro. Voor rechtbankvoorzitter Hennart is dit vooral een kans om in de media weer volop de bezuinigingen op justitie aan te klagen. De Belgische regering heeft wel na de laatste aanslagen in Parijs 200 miljoen vrijgemaakt voor justitie, maar die gaat uitsluitend naar  zaken die met terrorismebestrijding te maken hebben. Net zoals op alle andere openbare diensten, wordt ook op het reguliere justitiewerk sterk bezuinigd. Rechtbanken zijn onderbezet, externe deskundigen (psychiaters, tolken en vertalers) moeten makkelijk meer dan een jaar wachten op de betaling van hun rekeningen, magistraten kopen zelf papier en inkt voor de printer omdat daar geen budget voor voorzien is, er is een structureel tekort aan gevangenispersoneel, er zou zelfs geen geld zijn voor het onderhoud en de vervanging van de uniformen. Zegt Hennart: “Ik heb het al vaker gezegd: we krijgen de justitie die we verdienen. Als er geen middelen zijn, krijg je dit soort toestanden.”



In het laatste nummer van Fatik, het ‘tijdschrift voor strafbeleid en gevangeniswezen’ van de Liga voor Mensenrechten (nr. 146, binnenkort op http://www.mensenrechten.be/index.php/site/archief/tvmr_fatik), maakt Tom Daems een analyse van Het Justitieplan van minister Geens (http://www.koengeens.be/justitieplan). Hij besteedt vooral aandacht aan Geens’ plannen voor een hervorming van (de uitvoering van) de straffen. Die zijn te vinden in het derde hoofdstuk ‘Efficiënte aanpak van criminaliteit en onveiligheid’.

Voordat men Geens verderop in zijn tekst zou kunnen gaan verdenken van vertrouwdheid met criminologische inzichten, of zelfs van idealisme, heeft hij in het eerste hoofdstuk al laten berekenen hoe duur dat hele gevangeniswezen wel is, en wat statistisch gezien één gedetineerde kost per jaar. Voor de 11.501 gedetineerden die op 16 februari 2015 geteld werden, zou dat gemiddeld 48.519 euro per persoon per jaar zijn. Daems schrijft: “… het zijn toch vooral budgettaire kopzorgen die de nieuwbakken reductionistische koers inluiden.” (Opmerkelijk overigens: van die 11.501 gedetineerden zitten er 36% in voorlopige hechtenis. Die zijn, met andere woorden, -nog- niet schuldig aan enig strafbaar feit.)

Toch vind je in Het Justitieplan formuleringen terug die rechtstreeks verwijzen naar wat strafrechthervormers en criminologen al sinds de jaren 1970 bepleiten. Zo wordt vermeld dat het strafrecht “zijn juiste plaats toegewezen krijgt in het geheel van normhandhavende mechanismen”. Er moet minder gestraft worden, en minder strafbaar gesteld. In paragraaf 94 staat: “Het aantal strafbepalingen wordt verminderd en vereenvoudigd. Alleen de inbreuken die écht strafwaardig worden beschouwd omdat de door het misdrijf geschonden belangen dermate fundamenteel zijn voor het algemeen belang en omdat voor de slachtoffers herstel niet mogelijk is via andere wegen, komen nog voor de strafrechter. Zo wordt het strafrecht tot haar (sic) kerntaak teruggebracht, namelijk de bestraffing van de ernstige inbreuken. Andere onwenselijke gedragingen worden administratief of waar mogelijk zelfs zuiver burgerrechtelijk afgehandeld.” Horen wij daar in de verte Louk Hulsman nog roepen?

Nu is er wel wat af te dingen op de administratiefrechtelijke afhandeling van ‘onwenselijke gedragingen’. De perikelen rond de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) getuigen daarvan. Anderzijds opent dit in theorie perspectief voor de bezitters van op dit ogenblik verboden roesmiddelen. Schendt het bezit van een joint belangen die “dermate fundamenteel zijn voor het algemeen belang”? En als het bezit van illicit drugs voor eigen gebruik beschouwd wordt als een victimless crime, voor welk slachtoffer moet er dan herstel gezocht worden?

Een positief punt in Het Justitieplan, waar ook Tom Daems op wijst, is de mentaliteitsomslag in verband met het zogenaamde cellentekort. “Het cellentekort wordt immers hertaald naar een gedetineerdenoverschot: de detentiepopulatie moet duurzaam onder de 10.000 gedetineerden gebracht worden.” Met andere woorden: er zijn niet te weinig cellen, er zijn te veel gevangenen. Al in de jaren 1980 pleitte o.m. de Nederlandse Coornhert-liga voor deze benadering. Een samenleving moet duidelijk maken wat het maximum aandeel van de bevolking is dat zij desnoods, en als ultieme remedie, opgesloten wil zien.  Daems schrijft nog: “De minister heeft geen hoge pet op van de vrijheidsstraf. In het Justitieplan wordt verwezen naar de vrijheidsstraf als ‘de meest punitieve en sociaal ontregelende straf, die de beoogde herintegratie van de veroordeelde het meest bemoeilijkt.’

Dit elementaire inzicht in het karakter van de vrijheidsstraf is nog niet doorgedrongen tot de correctionele rechtbank van Gent, geloof ik. Als je de Standaard van 14 juli mag geloven, heeft een rechter daar een 23-jarige Nederlander, die in mei een valse bommelding pleegde, veroordeeld tot achttien maanden cel, waarvan de helft met uitstel. Nu was die dader al niet al te snugger. Hij deed de bommelding met zijn mobiele telefoon; een kind weet dat je dan onmiddellijk op te sporen bent. Bovendien, zei de rechter, “zijn er antisociale persoonlijkheidskenmerken en een gebrek aan probleeminzicht”.

Ja, dan helpen negen maanden in mensonterende omstandigheden in een stinkende cel. Dat zal de antisociale persoonlijkheidskenmerken van deze sukkel zeker ten goede komen. De minister heeft nog werk voor de boeg met zijn mentaliteitswijziging.


Trafficking as a criminal enterprise

“One should make a distinction between trafficking and exploitation. But of course, you do not traffic human beings if you do not intend to exploit them. And then, prosecution of exploitation is rare. You have to provide proofs; the conditions to be acknowledged as a victim of human trafficking are quite strict, and require the victim’s collaboration. But even when a dossier is really well elaborated, with proofs of human trafficking and exploitation, it is extremely difficult in Belgium to have someone condemned. It happens, but the cases are rare. And even then, prison sentences are very low. So yes, making penalties harsher might have a dissuasive effect. But I think you have to hit where it hurts, and that is in their wallet. For many of these traffickers, prison is not a threat; what they fear is the confiscation of their wealth. I have for instance reported on a filière of Turkish people who were exploited in a network of Turkish bakeries. They were in an illegal situation, they had no documents, they were lodged inside the bakeries, they slept on the floor, and they were here since three years. At a certain moment the manager of the bakeries was arrested, and it appeared he worked for an organisation in Turkey. So when he was arrested, his main concerns were: shall my buildings, my cars, my accounts be confiscated? That was what bothered him, but spending some time in prison? No.

It would help if it would be possible to confiscate possessions in the countries of origin. For instance, there is a convention between Belgium and Romania that would allow that, but one doesn’t recall to it, and – I have been there – in Romania the people who traffic and exploit these young Romanian beggars and burglars, they live in villas of one or two million euro, they drive a Porsche or Ferrari, so if you could touch them there, I think that might help.

In the confection system, the same. I have been present at police raids on illegal confection ateliers in Brussels. It was hallucinating. The police had the keys to the atelier; they said ‘Well, we come over here every two months’. We got into the atelier, and there were about thirty workers, Syrians, Iraqi, Jordanian, … They were all in Belgium without permit. There were sewing machines, and there were clothes that were finished. The police took the clothes, and they were all carrying logos of brands and shops in the Rue Neuve in Brussels. These shops and brands do not order their confection to the illegal ateliers, but for instance in the sales periods, they might realise that they are missing a thousand jeans or a thousand t-shirts. So they go see a manager whom they know is able to provide them with thousand jeans at a low price and in a very short period of time. That manager is absolutely regular: registered at the Chamber of Commerce, with a vat-number, etc. The manager will make them a price, one at the level of Vietnam or Laos. The people of the large chains and brands know of course how comes this man is able to offer a price of 80% below the market price. But as long as they themselves do not get involved in the production itself, they will not be prosecuted. ‘Was he using clandestine workers in an illegal atelier? How could I know that?’ So the only person who can be prosecuted is the fraudulent manager. Now that manager will go bankrupt. I don’t know how the situation is now, but when I was investigating on this, there were 4000 bankruptcies a year in Brussels and one magistrate to investigate them. At the raid, police told me ‘We don’t need to register the numbers of the sewing machines; we have already seen them so many times’. So the clandestine workers are expelled, the manager will go bankrupt and one won’t be able to recuperate values, the authorities are going to publicly sell the sewing machines, the organisation will buy them again via another straw man, and the police tell me: ‘In two months we will come back here, we will open the door with the key, and we will find the same sewing machines, etc.’. As long as we cannot prosecute the bidders, the ones who order goods at prices of which they know it is impossible to produce legally, as long as you cannot touch them in their wallet, there will come no end to labour exploitation.

But as long there is a demand on the market for these cheap products that are made in exploitation, there will be an offer. So it’s not just a matter of the offer, there’s also the demand side.

Yes, that’s true. As long as there is a demand for arms or for drugs, there will be an offer of arms or drugs. That’s a social question and one of education. But my concern is that there are unsufficient means to tackle the exploitation at the side of the offer. It is only when we will be able to touch the organisers in the home countries in their wallet, to be able to confiscate their houses or their Ferrari, that we will be able to hurt them.”

This is an excerpt of an interview I conducted in French with Frédéric Loore, a journalist at the Brussels desk of Paris Match. For years he has been investigating and reporting trafficking of human beings with the intent of labour exploitation. The translation was made as a contribution to the European research project TRACE – Trafficking as a criminal enterprise. I further collaborated on a criminological work package in that project, containing macro and micro analyses of human trafficking.

Frédéric Loore has also published Marque ou crève, about the trade in young African football players.


Zaterdag 12 oktober houdt de Liga voor mensenrechten haar eerste ledendag, in Antwerpen.

Uit de aankondiging: “Maar eerst willen we jullie laten kennismaken met een van onze grote verwezenlijkingen van de voorbije jaren: de documentaire "9999" van Ellen Vermeulen, die met onze samenwerking tot stand kwam. We volgen vijf geïnterneerden in de gevangenis van Merksplas, wachtend op hun vrijlating in het jaar 9999. We verdwijnen samen met hen achter de onverbiddelijke deur. En wachten mee.”

Om 14u30 in De Studio in Antwerpen.

En om alvast in stemming te komen, hieronder een gedicht uit 1966 van Steef Davidson, geschreven in het huis van bewaring in Amsterdam.



Bericht van persagentschap Belga: “Omdat de overbevolking in de Belgische gevangenissen in twee jaar tijd gedaald is van 28,7 naar 19,2 procent, bouwt minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) de gevangenispopulatie in het Nederlandse Tilburg vroeger af dan verwacht. De eerste 100 gevangenen worden naar België overgebracht, goed voor een besparing van drie miljoen euro. Dat schreef Het Laatste Nieuws zaterdag. Nadat begin 2010 de overbevolking te ernstig geworden was, besliste toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) de leegstaande Nederlandse gevangenis te huren. 650 gedetineerden zitten er hun straf uit, voor een kostprijs van 42 miljoen euro per jaar.”

Wat betekent dit nu? Enkele jaren geleden waren de gevolgen van de overbevolking in de Belgische gevangenissen zo mensonterend geworden dat honderden gedetineerden noodgedwongen geparkeerd werden in een moderne bajes in Nederland. Nu stelt de minister vast dat de overbevolking in België iets verminderd is, dus kan zij wel weer opgedreven worden. Voor die drie miljoen euro winst lapt de minister dus wel de Basiswet gevangeniswezen aan haar laars. Die bepaalt immers dat het inperken van de vrijheid de straf op zich is, en dat een gedetineerde dus verder recht heeft op levensomstandigheden die zo goed mogelijk gelijken op die in de samenleving. Dat betekent dus niet – zoals vandaag nog steeds gebeurt, ondanks de ‘verminderde overbevolking’ – met z’n drieën in een éénpersoonscel met één bed, een brits, en een matras op de vloer, en een wc-emmer in een hoek van de cel. Drie miljoen wordt er bespaard op de rug van gedetineerden, die weer in nog vollere cellen zullen zitten, met meer frustratie, onrust en (psychische) ziekten tot gevolg. Niemand wordt hier beter van – de gedetineerden niet, het gevangenispersoneel niet, en de samenleving, waarin al die opgekropte frustratie vroeg of laat toch weer terecht komt, evenmin. 


European Group

Ik heb een nieuwe link toegevoegd aan http://www.durieux.eu/content/links: de European Group for the Study of Deviance and Social Control.

De European Group houdt van 5 tot 9 september in Nicosia (Cyprus) zijn veertigste jaarlijkse conferentie. Het thema dit jaar is 'Beyond the Wire': Regulating Division, Conflict and Resistance.

The conference aims to explore the complexity of social conflicts and the way in which occupation (military or otherwise) can lead to the marginalisation of identifiable groups of people in societies divided by historical and territorial claims. It will examine the meaning of going ‘beyond the wire’ or beyond the frontiers of a given conflict.

The conference intends to place deeply embedded social fault lines into context, and specifically to consider their impact on processes of criminalisation, justice and social control. The conference will seek to examine the manner in which social divisions and conflicts implicitly or explicitly underpin definitions of ‘crime’, justice, political constructions of order and ideologies of the ‘other’.

Conference Streams

- Social divisions and the application of the criminal law

- Anti-security

- Eco-global ‘crimes’, harms and abuse and consequences for human and nonhuman individuals and species

- Class, state power and corporate harms

- The criminalisation and victimisation of migrants and minority ethnic communities

- Marginalisation, exclusion and social control

Ik presenteer er een paper met de werktitel ‘Securitizing Europe: the Enemy, the Criminal, and Beyond’. De tekst daarvan komt later op deze website.

Voor alle info over de conferentie: http://www.europeangroup.org/conferences/2012/index.htm


Punishment: A Failed Social Experiment provides a detailed, critical analysis of the current legal and justice system generally in operation across the planet whilst also providing potential solutions which work on preventing crime and creating a much more socially sustainable society.

The documentary film consists of interviews with various individuals; all of whom provide information on where we are going wrong when we treat offenders, and what we could head towards in regards to the solutions available.

It must be recognised that in order for change to occur in the system of punishment and 'justice', wider societal and cultural issues need to be addressed, as this documentary film recognises that there are inherent flaws in our current social system.

Although most sources of information originate from the United Kingdom, it is reasonable to state that the topics examined will apply to many other nations. 

Punishment: A Failed Social Experiment is an independent film production and that has been released online for free download and distribution. 



PROFESSOR JOE SIM, Criminologist – Liverpool John Moores University

DR. BOB JOHNSON, Prison Psychiatrist – Special Unit in HMP Parkhurst

JOE BLACK, Prison Campaigner – Campaign Against Prison Slavery

DR. DAVID SCOTT, Criminologist – University of Central Lancashire


Salduz in België

Al weken voeren het Openbaar Ministerie, de politie en de Standaard campagne tegen de ‘Salduz-wet’, die, grof gezegd, onder meer inhoudt dat een verdachte na arrestatie in principe recht heeft op bijstand door een advocaat bij het verhoor. (Als compensatie krijgt de onderzoeksrechter overigens de mogelijkheid om de aanhoudingstermijn meteen met 24 uur te verlengen.)

De krant leverde al koppen als ‘Salduz-wet jaagt overheid vanaf volgend jaar op kosten’, ‘Politie ziet Salduz-wet niet standhouden’, ‘”Salduz” leidt tot straffeloosheid’, ‘”Vrijgeleide voor criminelen”’, met als uitsmijter uiteraard een interview met de blijkbaar onvermijdelijke demagoog Brice De Ruyver.

Wat hopen zij hier eigenlijk mee te bereiken? Dat de wet niet wordt uitgevoerd? Dat zal niet gebeuren. Het recht op juridische bijstand bij het politieverhoor is inmiddels vaste rechtspraak van het EHRM, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (sinds de zaak-Salduz uit 2008; tijd zat om een systeem van rechtsbijstand bij het verhoor op te zetten). Het Europees Parlement en de Commissie hebben bovendien de voorschriften in een Richtlijn gegoten, die dus verplicht door de lidstaten moest omgezet worden in wetgeving.

Aardig is om even te kijken naar overweging 34 (Subsidiarity principle) van de toelichting bij het toenmalige voorstel van Richtlijn. Daarin wordt aangegeven waarom de bescherming van de rechten van verdachten tijdens het verhoor niet kan overgelaten worden aan de lidstaten zelf: The objective of the proposal cannot be sufficiently achieved by Member States alone, since there is still significant variation in the precise method and timing of the right of access to a lawyer in criminal proceedings across the European Union. As the aim of the proposal is to promote mutual trust, only action taken by the European Union will establish consistent common minimum standards that apply throughout the whole of the European Union. The proposal will approximate Member States’ procedural rules regarding the time and manner of access to a lawyer for suspects and accused persons and for persons subject to an EAW (Europees aanhoudingsbevel), the aim being to enhance mutual trust. The proposal therefore complies with the subsidiarity principle.

Wie dacht dat het wantrouwen van de Commissie alleen gold ten aanzien van Italië, Griekenland of het ex-Oostblok, think again: België moet blijkbaar net zo goed gedwongen worden tot een correcte uitvoering van de EHRM-rechtspraak.

Syndicate content